Medezeggenschap
De Wet medezeggenschap op scholen brengt beweging in beslissingen in het primair onderwijs. De bestuursorganen en medezeggenschapsraden denken samen na over de vormgeving van medezeggenschap op elke school, en op O2A5- organisatieniveau.
De gezamenlijke inbreng in de medezeggenschapsorganen bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van het onderwijs. Bij een toenemende beleidsvrijheid voor schoolbesturen hoort een volwaardige medezeggenschapsraad die voldoende tegenwicht biedt. Besturen, personeel en ouders beslissen daarom steeds meer samen over de besteding van middelen, het te volgen beleid en de onderwijskundige doelstellingen.
O2A5 kent een drietal medezeggenschapsorganen:
- GMR :gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
- GrMR :groepsmedezeggenschapsraad
- MR :medezeggenschapsraad
Voor alle medezeggenschapsraden geldt één overkoepelend statuut. Dit is een belangrijk document; een soort ‘grondwet' voor de medezeggenschap. Naast het overkoepelend statuut, heeft elk medezeggenschapsorgaan een eigen reglement.
Statuut medezeggenschap
In het statuut staat beschreven welke medezeggenschapsorganen er zijn, hoe die zijn samengesteld en welke bevoegdheden zij hebben. In het statuut staan ook de verplichtingen van de bestuursorganen en medezeggenschapsorganen van O2A5.
De inhoud van het statuut bevat in ieder geval:
- Een overzicht van alle raden en hun bevoegdheden.
- De samenstelling van GMR, GrMR en MR.
- De wijze van informatievoorziening; door het bestuur en onderling.
- Een faciliteitenregeling.
- Wie met GMR, GrMR en MR overlegt namens het bestuur.
Het statuut is dynamisch; elke twee jaar wordt het opnieuw door het bestuur en de medezeggenschapsorganen besproken. Dan wordt het getoetst aan actuele ontwikkelingen en opvattingen. Voor een wijziging is een tweederde meerderheid van de leden van de (G)MR vereist.




